Waar moet toch die voetnoot komen?
Vandaag een exclusief kijkje in het zinderende leven van uw redacteur: ik heb deze maand zeker tweeënhalf uur van mijn bestaan besteed aan de vraag op welke plek een voetnoot moet komen als er direct achter het voetnootwoord een komma staat.
Mijn opdrachtgever wilde het voor de komma, dus zo:
Dit is een zin over een asterisk*, wat gewoon een duur woord is voor een stervormig verwijzingsteken.
Maar ik vond dat geen porem en wilde het liever achter de komma, dus zo:
Dit is een zin over een asterisk,* wat gewoon een duur woord is voor een stervormig verwijzingsteken.
Nu ben ik niet iemand die ongefundeerd haar zin doordrijft, dus ik ging op zoek naar argumenten voor mijn standpunt. Maar in mijn vaste naslagwerken kon ik alleen maar richtlijnen vinden over de plek van de voetnoot ten opzichte van de punt, niet de komma, en op internet spraken alle bronnen elkaar tegen, want daar is het internet het internet voor.
Ik deed dus wat ik altijd doe als ik een mierenneukerige taalvraag heb waarop ik geen antwoord kan vinden: ik stelde hem aan mijn medefreelancer Inge…
… die het eens was met mijn opdrachtgever. 😅
Maar! Ze had ook een naslagwerk dat ik niet had: het Handboek voor de redacteur. En dat gaf me eindelijk het doorslaggevende argument:
Hoort de noot bij een woord waar een komma achter staat? Dan is het typografisch fraaier om de nootaanduiding niet direct achter het woord te zetten, maar na de komma. Beide notaties zijn echter mogelijk, dus hier moet je een consequente keuze maken.
‘Typografisch fraaier’ – ik had het niet mooier kunnen verwoorden. Ik heb het handboek dus direct aangeschaft, en de asterisk ligt inmiddels bij de drukker.
Achter de komma, welteverstaan.
* Een asterisk is ook gewoon een voetnoot. Als een tekst maar één voetnoot heeft, hoef je die geen cijfer te geven.
Deze schrijftip verscheen eerder in mijn nieuwsbrief, waarin ik je handvatten geef om beter te leren schrijven en ook nog een hoop glimlachdingen deel.